Artikelindex

In vertrouwen op weg

Een jaar of drie geleden kreeg ik het idee om de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella te ondernemen. Na het afmaken van mijn opleiding ontstond de gelegenheid er drie maanden tussenuit te gaan.

Daarom vertrok ik half augustus naar Vézelay. De zegen van St. Patrick was door Piet Vermeeren over me uitgesproken; ik was goed ingelezen en met alle goede adviezen (onder andere van Johan van den Boom) kwam ik goed beslagen ten ijs.

Zo adviseerde een doorgewinterde pelgrim me vlak voor vertrek om toch vooral vertrouwen te hebben.Maar, dacht ik, hoe doe je dat: vertrouwen? Want hoe moest ik vertrouwen op mijn benen die nog nooit zo ver gelopen hadden, op een weg die ik niet kende en over vreemde bergen, op medepelgrims wier taal ik niet sprak, of op God die ik eerlijk gezegd helemaal niet zo goed kende.

Vertrouwen op mezelf

Op eerder genoemd advies begon ik met afstanden van 20 kilometer per dag. Ik merkte dat naarmate de wandeldagen verstreken, mijn benen steeds sneller en verder konden lopen. Van mijn benen kon ik dus op aan. Elke dag een andere omgeving, een ander bed en andere mensen om me heen. Ook dat bleek een minder groot probleem dan ik verwacht had. Het dagelijks wandelritme gaf me de stabiliteit die ik nodig had.

Vertrouwen op de weg

De pelgrimsroute wordt al eeuwen bewandeld. En al zal de weg van tijd tot tijd verlegd worden, de markering blijft hetzelfde. Gele pijlen en afbeeldingen van de Jacobsschelp wijzen pelgrims de weg.

Vertrouwen kon ik dus op de bewegwijzering, die me dagelijks in de juiste richting stuurde. Bij het zien van de gele pijlen wist ik dat ik op het juiste pad was.

Vertrouwen op de medemens

Onderweg kwam ik veel vreemden tegen. Vreemden werden bekenden, omdat we elkaar steeds opnieuw tegenkwamen. ’s Avonds deelden we verhalen over de afgelegde weg. Talen vermengden zich, we begrepen elkaar toch wel. Elke pelgrim loopt met zijn eigen verhaal en bewandelt zijn eigen weg. Het is de kunst om de medemens zonder oordeel te benaderen. Pas dan zie je echt wie deze mens is en kun je iets voor elkaar betekenen. Met enkele pelgrims heb ik, ook nu ik uitgewandeld ben, nog een bijzondere band.

Vertrouwen op God

Toen mijn hoofd leeg was gelopen door de vele uren in de buitenlucht, gebruikte God de ontstane ruimte en plantte er een groeiend vertrouwen. Psalm 121, een pelgrimslied, gaat daarover. In Gods liefde, vertrouwend op mijn benen, de pijlen en de medemens, liep ik verder dan ik had gedacht, voorbij Santiago de Compostella naar Fisterra (letterlijk: einde van de wereld), het uiterst westelijke punt van Spanje. Aangekomen op het strand was mijn wandeltocht écht ten einde. Maar het verworven vertrouwen mag ik houden. Ik neem het mee naar mijn nieuwe baan en het nieuwe jaar in. En ik vertrouw erop het ook door te mogen geven.

Freya Angenent

 

Freya gele pijl 2

 

 

 

 

 

 

 

Psalm 121 Een pelgrimslied

Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp?

Mijn hulp komt van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft.

 

Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren, je wachter.

Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël.

De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand:

overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden.

 

De HEER behoedt je voor alle kwaad, hij waakt over je leven,

de HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid.

 

(De Nieuwe Bijbelvertaling, NBV)