Een zorgeloze vakantie?

Je wenst elkaar tegenwoordig bijna standaard een prettige vakantie. We gunnen het elkaar graag en gaan er vanuit dat het niet zo moeilijk is een prettige vakantie te hebben.
Voor onze ouders was vakantie een nagenoeg onbekend fenomeen en nu is het voor de meeste mensen zo gewoon is als vroeger op zondag naar de kerk.  Vakantie –en  recreatie in het algemeen- is inmiddels een belangrijke sector van de economie, waar enorm veel geld in omgaat.  En om die te stimuleren spelen de vakantiereclames heel slim in op onze verlangens en dromen.

Ik ervaar het op vakantie kunnen gaan als vanzelfsprekend maar realiseer me vervolgens dat niet iedereen die luxe heeft. Er zijn ook mensen die er geen zin in hebben omdat ze alleen zijn of teveel andere zorgen hebben. Er zijn mensen die het zich niet kunnen veroorloven. Anderen mogen of kunnen  niet vanwege hun gezondheid of gebondenheid.  
Sommige mensen zien vakantie als een noodzaak omdat ze uitgeput zijn   door werk of andere verplichtingen. Voor hen is rust en afstand nemen het doel, een vorm van vluchten uit de werkelijkheid in een poging de zorgen te vergeten.  
En tegenwoordig is er ook een niet te verwaarlozen groep die op vakantie ‘moet’  in het kader van “verplicht genieten voordat het te laat is” , soms zelfs heel lang of heel vaak.  Of is dit ook vluchten?

Maar er zit toch wel wat ruimte tussen vakantieschijn en werkelijkheid.
In de werkelijkheid zijn andere dingen belangrijke succesfactoren voor een fijne vakantie. Je welkom voelen. Tijd en aandacht hebben voor elkaar.  Zonder planning je laten verrassen door wat je tegenkomt. Nadenken naar aanleiding van een boek  of wat dan ook. Het zijn allemaal dingen waarvoor je niet perse op vakantie hoeft maar waarvan je op vakantie wel weer de waarde kunt ontdekken. Mensen maken in de vakantie niet voor niets nieuwe voornemens en dromen nieuwe dromen.    

Zorgen probeer je natuurlijk thuis te laten. Het lukt meestal niet en dat is ook niet erg. Wat  hopelijk wel lukt is de boel weer in evenwicht te brengen doordat  je weer  een duidelijker beeld krijgt van je opdracht en je prioriteiten. Tegelijk krijg je energie om daar weer voor te gaan.  Irritaties en  gevoelens van onmacht maken plaats voor meer positieve emoties.

Tijdens vakanties gaan we vaak kerken binnen. Sommige zijn overweldigend, anderen eenvoudiger maar met meer sfeer. In een kerk zijn brengt mensen op een of andere manier tot het besef dat ze niet zelf het middelpunt van de wereld zijn, maar slechts een onderdeel van de werkelijkheid waarvan we ook nog maar een klein stukje kunnen zien.  Als dat besef dan ook nog gepaard gaat met het Christelijke vertrouwen dat er altijd mensen zijn die je hulp bieden als dat nodig is, dan is de vakantie een stuk zorgelozer. Zo bekeken is het maar goed dat er nog kerken open zijn.    

JvdB