Tekst voordracht

Instrumentaal met zang: Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Halleluja, Mien is naar de kerk gekomen,
Halleluja, ja er kwam bericht van Rome,

Het heeft de paus behaagd die Mien van ons te onderscheiden.
Onze smeekschriften voor Mien van Fons, wel vrij onbescheiden,
kon hij met geen mogelijkheid negeren.
De lijst van verdiensten is ook lang genoeg om Mien als heilige te vereren,
hoewel zij naar eigen zeggen als ongelovig door het leven gaat.
Zo’n beetje elke dag voegt zij bij het woord de daad,
Miens ongelovigheid zal iedereen dus fel bestrijden.
Beter één zo’n ongelovige in de kerk dan tien welgelovigen buiten

-maar dat terzijde-.

De enige vraag die dan nog blijft bestaan:
Hoe kan iemand zoveel in zijn eentje aan?
Maar dat leidt misschien tot slechte gedachten,
Nee er schuilen gewoon geheime krachten,
die die Mien van Fons helpen drijven
En schijnbaar onvermoeibaar doen blijven.

Refrein:
Vol plichtsbesef, door weer en wind
naar de kerk, ’t leek haar kind
’t is haar doel dόórgaan, onvermoeibaar.
Onvermoeibaar, onvermoeibaar, onvermoeibaar, onvermoeibaar.

Halleluja, Mien is weer naar de kerk gekomen
Halleluja, ja die kerk van Rome

Wat Mien zoal doet voor de kerkelijk gezinden
tart het geloof in wonderen van het hele Linden.
Gelukkig korter is de lijst van ontbrekende werkzaamheden
Ze bakt geen cake voor alle gelegenheden
Mien delft niet zélf de graven
En zingt alleen in de hogere octaven
Ze let wel op de spetters kaarsenvet en de CV
Maar repareert die niet zelf maar neemt Fons wel mee
Ja die Fons van Mien is een van de geheime krachten,
Er wordt gefluisterd dat zij regelmatig in de kerk overnachten:
Op de harde banken
proberen zij zelfs dán God te danken.
Ze doet het zowaar nog als het eigenlijk niet kan
Gewoon onverstoorbaar trekt zij haar plan.

Refrein:
Wie doet dat na, bedenk dat wel
zo consciëntieus, soms zelfs fel
ze doet gewoon wat moet gedaan onverstoorbaar.
Onverstoorbaar, onverstoorbaar, onverstoorbaar, onverstoorbaar.

Halleluja, Mien was al weer naar de kerk gekomen
Halleluja, ja er was bericht van Piet, niet van Rome.

Als Mien als koster de klok laat luiden
Laat galmen van ‘t Noorden naar het Zuiden
En na de bel zij gedreven de boeken voor ons open legt,
Met geheven vinger ons ongezouten de wacht aanzegt,
Dan zet Fons gedwee koffie en de deur van De Burcht open
Want zelfs Mien kan niet in twee gedaantes lopen.
Brood en wijn vermenigvuldigen valt misschien te leren
Maar kerk, cake, politiek en carnaval zijn niet zo maar te combineren.
Als die Mien van ons klaagt over dat ze niet alles meer zo goed weet
dan moeten we bedenken hoeveel ze allemaal niét vergeet.
Dat zij ook nog een leven privé schijnt te hebben is moeilijk voor te stellen,
Toch, als ze willen eten hoeven de kinderen maar te bellen.
Fons fietst desnoods voor derde keer wel weer even.
En zo wordt daar gespaard voor het eeuwig leven.

En zo is Mien steeds in de weer
voor ons en voor de Lieve Heer
alle dagen van haar leven.
’t Eeuwig leven, ’t eeuwig leven, ’t eeuwig leven, ’t eeuwig leven.

Halleluja, Mien is weer naar de kerk van Rome,
Halleluja, er was iemand van de schoonmaakploeg niet gekomen.

‘s Maandags in de ochtend is Mien bij de Tai Shi niet aan het bewegen
Want de kerkhofploeg kan zonder koffie geen paadjes vegen.
Mien van ons dicht in haar eentje alle vallende gaten
En voelt zich soms ook van God en alleman verlaten
Voor ongelovigheid is er dan ook alle reden.
maar Fons -echt geen man van de vurige gebeden-
vult zonder vuile woorden het ontbrekende Godsvertrouwen
aan bij niet de minste van alle Lindense vrouwen.
En ontschoot haar wel eens een ongodsvruchtig woord,
het heeft Fons kennelijk nooit diep gestoord.
Uiteindelijk vraag je in een vlaag van donker gemoede
Had God dit niet beter kunnen verhoeden.
Maar na enig denken kun je niet anders concluderen:
God kun je niet beter dan met het goede eren.

Mien zet de koffie wel weer klaar
Zij houdt de ploeg zό bij elkaar
Haar koffie veel besproken “oh zo heerlijk”                                                                  

Oh zo heerlijk, oh zo heerlijk, oh zo heerlijk, oh zo heerlijk.

Halleluja, Mien is er niet speciaal voor gekomen,
Halleluja, terecht is er een mooi bericht van Rome

We leven -ook al doen we alsof- niet van brood alleen,
Ongedesemd of gezegend, het gaat om meer naar ik meen.
We vullen het allemaal anders en naar eigen inzicht in
We zoeken allemaal naar de uiteindelijke zin.
Misschien is de twijfel belangrijker dan het weten
Geloof of ongeloof, God mag het weten
Het vinden van een balans willen we allemaal zo graag
maar de balans gevonden is ook stil blijven staan ...en is dat dan het antwoord op de vraag?
Ook Mien heeft het antwoord denk ik nog niet gevonden,
En is als velen ook niet zo aan de vraag gebonden.
Je komt er nu eenmaal niet alleen met denken
En evenmin bedient God je op al jouw wenken.
Het werk moet worden gedaan.
In balans of niet: Mien is in elk geval niet stil gaan staan.

..............................................................................................

Net als de paus heeft het ons behaagd die Mien van ons te onderscheiden
Nee, kritisch als ze is naar die mijters en witte boorden, lijkt ze een heiden
Maar voor Franciscus en voor ons wil ze wel een buiging maken ( buigen)
Als hij en wij vinden dat zij uitzonderlijk werkte voor de hemelse zaken.

Refrein
Al heb j ‘er zelf niet om gevraagd
‘t heeft de Paus toch zó behaagd,
voor alles wat je doet; onderscheiden.
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja