VAKANTIE

Hoop en vertrouwen

Het is vakantietijd. De Tour de France is al weer gestart en zelfs de Tweede Kamer laat binnenkort de boel de boel. Waarschijnlijk gaat de formatie wel door en wordt er gesproken over het ‘probleem’ van het voltooide leven.

Dat lijkt iets nieuws omdat sommige mensen dat probleem willen kunnen oplossen. Het is echter helemaal niet nieuw dat er mensen depressief zijn of de zin van het leven niet meer zien. En voor die groep is het leven soms zo’n grote last, dat het einde de enige oplossing lijkt. Maar de leeftijd speelt in vele gevallen geen rol. Van iemand die bijvoorbeeld 50 jaar is, zeg je niet zo gemakkelijk dat zijn leven is voltooid. Dat we nu praten over een voltooid leven, heeft misschien meer te maken met ons denken: hoewel we beter weten gaan we er toch vaak van uit dat het leven maakbaar is en als dat niet meer lukt is het kennelijk voltooid.

We plannen een vakantie op basis van informatie van reisbureaus of uit bladen, verhalen en boeken. Daaruit vormen we ons een beeld maar dat is in de praktijk een virtuele wereld. Daar is geen plaats voor te heet of slecht weer, een krakend bed, druk nachtelijk verkeer of erg luidruchtige buren. Sommigen zoeken nieuwe uitdagingen of willen grenzen verleggen omdat gewoon niet goed genoeg meer is: je moet met spannende verhalen kunnen komen. Zo schep je een nieuwe werkelijkheid.

Als iemand zijn carrière plant, is het maar de vraag of hij serieus rekening houdt met tegenwerking, ziekte of de kans op een ‘burn out’. En zo kun je talloze andere voorbeelden bedenken. Kortom het lijkt er op dat de echte wereld en de ‘virtuele’ wereld voor ons mensen behoorlijk door elkaar lopen. Dat gebeurt niet alleen in de politiek of in Amerika.

Het is ook een heel moeilijke opgave om de huidige overvloed van informatie zo goed te ‘filteren’ dat je zicht houdt op de werkelijkheid. Ook om die reden is het goed even op vakantie te gaan en afstand te nemen.

Enige tijd geleden woonde ik de Titus Brandsma lezing bij in de St. Stevenskerk in Nijmegen. Dit jaar door Huub Oosterhuis. Het was meer dan indrukwekkend: een volle kerk was er heel stil van.   Er valt veel meer over te vertellen maar wat hij onder meer naar voren bracht was het voorstel om niet meer over geloof te spreken maar over hoop. Het geloof   –zo leert de geschiedenis ,maar ook nu herkenbaar- is vooral een bedenksel van mensen. Met een zelf ingevulde God werd en wordt een virtuele wereld geschapen, die voor de werkelijkheid wordt aangezien met niet alleen goede maar ook hele slechte gevolgen.

Huub Oosterhuis stelt voor als het ware te hopen dat er een God is en dat die er zal zijn op het moment, dat een mens Hem nodig heeft. Laten we dus niet telkens een nieuwe eigen (af)god bedenken om hem voor eigen karren te kunnen spannen. Dan scheppen we opnieuw een eigen virtuele wereld vanuit de illusie dat het leven maakbaar is en wijzelf God.

Het is weldadig te kunnen vertrouwen op de Voorzienigheid en soms af te wachten hoe het zal lopen. Het leven leren leven in het besef dat niet alles zeker is. Geluk heeft immers meer met tevredenheid te maken dan met succes. Teleurstelling meer met hoge verwachtingen dan met pech. En als het anders gaat, is het nooit alleen maar ‘eigen schuld’.

Dit is geen pleidooi voor passiviteit. Zonder je verstand gebruiken, de handen uit de mouwen steken wordt de wereld niet beter en wij niet gelukkig. Nee het is een pleidooi om de werkelijkheid proberen te zien in plaats van een virtuele wereld zonder het ideaal uit het oog te verliezen.

Hoop en vertrouwen, daarmee kun je op vakantie en je kunt er mee thuiskomen.

JvdB